No image available
No image available
No image available
No image available
De inzet van resistente rassen is de belangrijkste pijler voor de beheersing van aardappelmoeheid. De inzet van de voor Globodera pallida hoog resistente rassen zoals Seresta en Festien heeft geleid tot de selectie vanvirulentere populaties van het witte aardappelcysteaaltje G.pallida. Deze populaties zijn tot op heden alleen in het zetmeelaardappeltelend gebied aangetroffen. Dit betekent dat de huidige generatie Pa3 resistente rassen hogere besmettingsniveau ’s nalaat die binnen de één op twee teelt boven de schadedrempel uitkomen. In de huidige situatie wordt dit probleem vooral ondervangen door de inzet van nematiciden in granulaatvorm. Steeds meer nematiciden worden van de markt terug getrokken of verboden. Er bestaat grote kans dat ook Vydate in 2023 niet meer beschikbaar is. Een oplossing is dat er nieuwe resistenties worden gevonden en ingekruist in rassen met verder goede gebruikseigenschappen. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe op welke termijn deze nieuwe generatie resistente rassen voor de telers beschikbaar zullen komen. Een tweede remedie zou zijn als er rassen beschikbaar zijn die tolerantie bezitten tegen G.pallida. Zo een ras kan wel vermeerderen (vatbaarheid) maar heeft minder schade dan andere rassen bij vergelijkbare besmettingsniveau ’s.In het verleden werd tolerantie ingeschat door toetsrassen te telen op al dan niet met Monam ontsmette banen. Behalve dat deze methodiek met het verdwijnen van Monam niet meer mogelijk is, heeft deze methodiek ook als nadeel dat er door de chemische behandeling veel meer verandert dan het besmettingsniveau van de aaltjes alleen. In 2016 is deze problematiek door de Stichting NAO-Projecten opgepakt en is er een consortium gevormd bestaande uit Agrico, Averis, Meijer, Schaap en Peka Kroef. Medefinanciering van de BO akkerbouw maakte het mogelijk WUR|OT, WUR| agrosysteemkunde en HLB aan het werk te zetten met als doel het ontwikkelen van een betrouwbare en betaalbare methode voor het bepalen van tolerantie van aardappelrassen tegen het witte aardappelcysteaaltjes Globoderapallida. Door een reeks aan beginbesmettingen aan te leggen en daar de opbrengst van de rassen op te meten kan een goede schatting van de tolerantie worden verkregen. Er zijn meerdere methoden om die reeksen te organiseren. De eerst is door de rassen op een besmettingshaard te telen. In het centrum van de haard zijn de dichtheden hoog en naar de randen loopt het af. Dit was de situatie op een aardappelperceel in Zeewolde waar in 2017 de test werd uitgevoerd. Een andere methode is door de teelt van rassen met verschillende resistentie stroken met verschillende niveaus van besmetting aan te leggen en daar bij de volgende aardappelteelt gebruik van te maken door de te testen rassen dwars op deze besmette stroken te leggen. In Westerbork werd een perceel in 2017 volgens deze methodiek voorbereid en in 2019 gebruikt voor de test.Dan is er de vraag of het mogelijk is om de test in potten uit te voeren. Het liefste in de 2 kg potten die ookgebruikt worden voor resistentie toetsing. Deze pottoets werd in 2018 uitgevoerd en werd in 2021 herhaald. Helaas kwamen er uit geen van deze vier experimenten bevredigende resultaten. Voor de beide veldproeven geldt dat de spreiding in de gemeten beginbesmettingen te groot bleek te zijn. De oorzaak van de onverklaarbare resultaten van de potproef 2018 is niet achterhaald. De potproef van 2021 heeft waarschijnlijk te lijden gehad van slechte groei door suboptimaal bewaard pootgoed. Het is wrang te moeten vaststellen dat ondanks de investeringen in geld en mankracht er geen protocol is gerealiseerd waarmee betrouwbaar en betaalbaar de tolerantie van rassen kan worden getoetst. Het uitgevoerde onderzoek ,ondersteunt met resultaten uit het verleden, geven echter voldoende aanleiding om te veronderstellen dat toetsing in 2 kg potten toch mogelijk moet zijn.Het uitgevoerde onderzoek ,ondersteunt met resultaten uit het verleden, geven voldoende aanleiding om te veronderstellen dat toetsing in 2 kg potten toch mogelijk moet zijn. Dit project heeft helaas het bewijs daarvoor niet kunnen leveren. Het blijft toch de moeite waard nogmaals de mogelijkheden van de eenvoudige pottoets te onderzoeken.